07/05/2020

EHPA-congres legt focus op steden

Twee jaar geleden trok EHPA al eens naar Wenen voor een druk bijgewoonde conferentie, en op 24 en 25 februari ’2020 was het niet anders. Politici, ambtenaren, experten, wetenschappers en fabrikanten wisselden tijdens het congres Decarb Cities van gedachten rond het thema ‘steden als belangrijkste factor voor de energietransitie’. Van Belgische kant was er een gesmaakte presentatie van Bob D’Haeseleer, schepen in Eeklo.

De keuze voor Wenen als congresstad over duurzaamheid ligt voor de hand. Het is zonder twijfel een van de Europese hoofdsteden die het hardst de focus legt op klimaatbescherming en duurzaamheid. Bij de renovatie van oudere gebouwen en de ontwikkeling van nieuwe wijken wordt duurzaamheid meegenomen. Opvallend is dat een zeer ruime meerderheid in de gemeenteraad – zowel meerderheid als oppositie – zich volop achter deze groene plannen schaart. “Wenen heeft een meerjarenplan opgesteld voor de komende decennia”, legt Bernd Vogel, diensthoofd Energieplanning, uit. “Politieke stabiliteit helpt om een duidelijk beleid te ontwikkelen waardoor alle betrokken partijen – projectontwikkelaars, industrie, nutsbedrijven, burgers – weten wat er op zich afkomt en waaraan ze zich moeten houden. Een manier waarmee je burgers niet achter de duurzame kar krijgt, is het beleid voortdurend aanpassen. Burgers eisen van politici een langetermijnvisie zodat hun investeringen kunnen renderen.”

“De grootste struikelblok om warmtepompen te plaatsen in een stedelijke omgeving is niet langer technologisch”, aldus Thomas Nowak, secretaris-generaal van EHPA (European Heat Pump Association), organisator van Decarb Cities samen met Wärmepumpe Austria, Energy Cities en de EU Covenant of Mayors for Climate & Energy. “De industrie heeft voldoende oplossingen ontwikkeld. Daar ligt dus het probleem om de omslag naar een gedecarboniseerde verwarming te maken al zeker niet. Waar dan wel? Moeilijk om één specifieke oorzaak aan te wijzen, maar de mind-set van de burgers staat nog niet volledig in de juiste richting. Beleidsmakers, grootverbruikers en burgers moeten nog al te vaak overtuigd worden dat het ‘niet moet branden’ om warmte te geven. Helaas geraken velen maar niet overtuigd dat de keuze voor de warmtepomp een duurzame en toekomstgerichte (fossielvrije) oplossing is, waarbij niet wordt ingeboet op comfort en betrouwbaarheid. Maar er is ook een positieve boodschap. De energietransitie is algemeen aanvaard, de duurzame uitdagingen worden door een brede laag van de bevolking opgepikt.”

Klimaatakkoord

Voor inspiratie kan je altijd eens over de haag kijken. Hoe zit het in Nederland? Stephan Brandligt, schepen van Duurzaamheid en Energietransitie in Delft, legt uit: “Meer dan 100 partijen verlagen de CO2-uitstoot van Nederland met 49% ten opzichte van 1990 via het Klimaatakkoord. Dit akkoord werd opgesteld door de Klimaatraad waarin maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en overheden zetelen. De vermindering van de CO2-uitstoot zal in vijf domeinen gebeuren: elektriciteit (20,2 Mt), industrie (14,3 Mt), mobiliteit (7,3 Mt), landbouw en landgebruik (3,5 Mt) en de gebouwde omgeving (3,4 Mt). De bevolking krijgt de kans om te participeren door bijeenkomsten of zelf online ideeën in te sturen. Er is nog veel mogelijk. Vandaag is 5% van de woningen verbonden aan een verwarmingsnet, terwijl het Klimaatakkoord het potentieel voor district heating in 2050 schat op 25 à 50%. De weg is nog lang, maar via tussentijdse stappen – een klimaatneutrale economie en samenleving in 2040, 3 miljoen ton minder uitstoot van broeikasgassen in de bouwsector in 2030, ban op verwarmingssystemen met stookolie in 2035 – zullen we er wel geraken.”

Steden spelen een zeer belangrijke rol om het beoogde resultaat te halen, maar er spelen heel wat factoren: voldoende aanvoer van verwarming (bedrijfszekerheid), hoe koppel je flatgebouwen af van het gasnet als elke eigenaar een collectieve beslissing kan dwarsbomen, nieuwe concepten zijn nodig om de stijgende koelvraag in te vullen, publieke zones (parken, speeltuinen, parkings) benutten voor geothermie en restwarmte moet optimaal benut worden.

Zelfbedruipend

EHPA-leden maakten kennis met een Belgische stad waar ze wellicht nog nooit van gehoord hadden: Eeklo, de zelfverklaarde Europese hoofdstad van de windenergie die voor zijn energieproductie volledig zelfvoorzienend wil worden. “Zeven generaties terug werd alle energie ter plaatse gewonnen”, vertelt Bob D’Haeseleer, schepen van Duurzaamheid, Energie en Klimaat in Eeklo. “Daarna kwam het van buitenuit en verloren we ook onze energie-onafhankelijkheid. De doorsnee Belg werkt jaarlijks 10 à 20 dagen voor het conto van Russische of Saoedische oliepatriarchen. Hoelang blijven we dit nog aanvaarden? We moeten onze energietoevoer terug in eigen handen nemen, waarbij een belangrijke stap hiertoe de vermindering van de energievraag. Daarom wil Eeklo het grootste district heating-netwerk in België aanleggen. Maar we moeten ook klein denken om grote resultaten te halen. Dit betekent o.m. participatie van de burger, wat alleen maar mogelijk is door een open communicatie én meerwaardecreatie voor de gemeenschap.”

Wat volgde was een opsomming van kleine en grote projecten om de energie-onafhankelijkheid te halen, zoals 14 bijkomende windturbines (er staan er al 8), PV op alle daken (“inwoners met een dak maar zonder geld samenbrengen met inwoners zonder dak maar met geld”), 11% landbouwgrond naar zonnepaneelvelden en 30% landbouwgrond voor KOH (bij korte omloophout wordt de volledige bovengrondse biomassa van snel groeiende boomsoorten om de twee à vijf jaar wordt geoogst als hernieuwbare energiebron) .

“Verwarming en koeling zorgen voor 50% van de energieconsumptie in de Europese Unie”, aldus Eva Hoos, policy officier bij DG Energy, “waarvan 45% residentieel, 37% industrieel en 18% in de tertiaire sector. Hiervan is nog altijd 75% afkomstig van fossiele brandstoffen en slechts 25% van biomassa, nucleair en hernieuwbare energiebronnen. Binnen de EU stoten we wel op grote verschillen tussen de lidstaten onderling. Terwijl lidstaten al volop bezig zijn met de uitvoering van hun transitieplan, moeten andere lidstaten nog overtuigd worden om zich ten volle achter de Europese klimaatdoelstellingen te scharen.”

“De uitdaging ligt niet bij nieuwbouw maar wel om bestaande gebouwen af te koppelen van fossiele brandstoffen”, besluit Eva Hoos. “Hiervoor ondersteunt de EU verschillende proefprojecten in zeer diverse omstandigheden (type woning, klimaat, energiebron), en dit in nauwe samenwerking met beroepsfederaties, de industrie en lokale overheden. Iedere Europeaan heeft recht op een gezonde en duurzame toekomst.”

Door Rudy Gunst

www.ehpa.org

Foto’s: EHPA

“We moeten klein denken om grote resultaten te halen.”

Bob D’Haeseleer (schepen in Eeklo)

EHPA-congres legt focus op steden

Twee jaar geleden trok EHPA al eens naar Wenen voor een druk bijgewoonde conferentie, en op 24 en 25 februari ’2020 was het niet anders. Politici, ambtenaren, experten, wetenschappers en fabrikanten wisselden tijdens het congres Decarb Cities van gedachten rond het thema ‘steden als belangrijkste factor voor de energietransitie’. Van Belgische kant was er een gesmaakte presentatie van Bob D’Haeseleer, schepen in Eeklo.

De keuze voor Wenen als congresstad over duurzaamheid ligt voor de hand. Het is zonder twijfel een van de Europese hoofdsteden die het hardst de focus legt op klimaatbescherming en duurzaamheid. Bij de renovatie van oudere gebouwen en de ontwikkeling van nieuwe wijken wordt duurzaamheid meegenomen. Opvallend is dat een zeer ruime meerderheid in de gemeenteraad – zowel meerderheid als oppositie – zich volop achter deze groene plannen schaart. “Wenen heeft een meerjarenplan opgesteld voor de komende decennia”, legt Bernd Vogel, diensthoofd Energieplanning, uit. “Politieke stabiliteit helpt om een duidelijk beleid te ontwikkelen waardoor alle betrokken partijen – projectontwikkelaars, industrie, nutsbedrijven, burgers – weten wat er op zich afkomt en waaraan ze zich moeten houden. Een manier waarmee je burgers niet achter de duurzame kar krijgt, is het beleid voortdurend aanpassen. Burgers eisen van politici een langetermijnvisie zodat hun investeringen kunnen renderen.”

“De grootste struikelblok om warmtepompen te plaatsen in een stedelijke omgeving is niet langer technologisch”, aldus Thomas Nowak, secretaris-generaal van EHPA (European Heat Pump Association), organisator van Decarb Cities samen met Wärmepumpe Austria, Energy Cities en de EU Covenant of Mayors for Climate & Energy. “De industrie heeft voldoende oplossingen ontwikkeld. Daar ligt dus het probleem om de omslag naar een gedecarboniseerde verwarming te maken al zeker niet. Waar dan wel? Moeilijk om één specifieke oorzaak aan te wijzen, maar de mind-set van de burgers staat nog niet volledig in de juiste richting. Beleidsmakers, grootverbruikers en burgers moeten nog al te vaak overtuigd worden dat het ‘niet moet branden’ om warmte te geven. Helaas geraken velen maar niet overtuigd dat de keuze voor de warmtepomp een duurzame en toekomstgerichte (fossielvrije) oplossing is, waarbij niet wordt ingeboet op comfort en betrouwbaarheid. Maar er is ook een positieve boodschap. De energietransitie is algemeen aanvaard, de duurzame uitdagingen worden door een brede laag van de bevolking opgepikt.”

Klimaatakkoord

Voor inspiratie kan je altijd eens over de haag kijken. Hoe zit het in Nederland? Stephan Brandligt, schepen van Duurzaamheid en Energietransitie in Delft, legt uit: “Meer dan 100 partijen verlagen de CO2-uitstoot van Nederland met 49% ten opzichte van 1990 via het Klimaatakkoord. Dit akkoord werd opgesteld door de Klimaatraad waarin maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en overheden zetelen. De vermindering van de CO2-uitstoot zal in vijf domeinen gebeuren: elektriciteit (20,2 Mt), industrie (14,3 Mt), mobiliteit (7,3 Mt), landbouw en landgebruik (3,5 Mt) en de gebouwde omgeving (3,4 Mt). De bevolking krijgt de kans om te participeren door bijeenkomsten of zelf online ideeën in te sturen. Er is nog veel mogelijk. Vandaag is 5% van de woningen verbonden aan een verwarmingsnet, terwijl het Klimaatakkoord het potentieel voor district heating in 2050 schat op 25 à 50%. De weg is nog lang, maar via tussentijdse stappen – een klimaatneutrale economie en samenleving in 2040, 3 miljoen ton minder uitstoot van broeikasgassen in de bouwsector in 2030, ban op verwarmingssystemen met stookolie in 2035 – zullen we er wel geraken.”

Steden spelen een zeer belangrijke rol om het beoogde resultaat te halen, maar er spelen heel wat factoren: voldoende aanvoer van verwarming (bedrijfszekerheid), hoe koppel je flatgebouwen af van het gasnet als elke eigenaar een collectieve beslissing kan dwarsbomen, nieuwe concepten zijn nodig om de stijgende koelvraag in te vullen, publieke zones (parken, speeltuinen, parkings) benutten voor geothermie en restwarmte moet optimaal benut worden.

Zelfbedruipend

EHPA-leden maakten kennis met een Belgische stad waar ze wellicht nog nooit van gehoord hadden: Eeklo, de zelfverklaarde Europese hoofdstad van de windenergie die voor zijn energieproductie volledig zelfvoorzienend wil worden. “Zeven generaties terug werd alle energie ter plaatse gewonnen”, vertelt Bob D’Haeseleer, schepen van Duurzaamheid, Energie en Klimaat in Eeklo. “Daarna kwam het van buitenuit en verloren we ook onze energie-onafhankelijkheid. De doorsnee Belg werkt jaarlijks 10 à 20 dagen voor het conto van Russische of Saoedische oliepatriarchen. Hoelang blijven we dit nog aanvaarden? We moeten onze energietoevoer terug in eigen handen nemen, waarbij een belangrijke stap hiertoe de vermindering van de energievraag. Daarom wil Eeklo het grootste district heating-netwerk in België aanleggen. Maar we moeten ook klein denken om grote resultaten te halen. Dit betekent o.m. participatie van de burger, wat alleen maar mogelijk is door een open communicatie én meerwaardecreatie voor de gemeenschap.”

Wat volgde was een opsomming van kleine en grote projecten om de energie-onafhankelijkheid te halen, zoals 14 bijkomende windturbines (er staan er al 8), PV op alle daken (“inwoners met een dak maar zonder geld samenbrengen met inwoners zonder dak maar met geld”), 11% landbouwgrond naar zonnepaneelvelden en 30% landbouwgrond voor KOH (bij korte omloophout wordt de volledige bovengrondse biomassa van snel groeiende boomsoorten om de twee à vijf jaar wordt geoogst als hernieuwbare energiebron) .

“Verwarming en koeling zorgen voor 50% van de energieconsumptie in de Europese Unie”, aldus Eva Hoos, policy officier bij DG Energy, “waarvan 45% residentieel, 37% industrieel en 18% in de tertiaire sector. Hiervan is nog altijd 75% afkomstig van fossiele brandstoffen en slechts 25% van biomassa, nucleair en hernieuwbare energiebronnen. Binnen de EU stoten we wel op grote verschillen tussen de lidstaten onderling. Terwijl lidstaten al volop bezig zijn met de uitvoering van hun transitieplan, moeten andere lidstaten nog overtuigd worden om zich ten volle achter de Europese klimaatdoelstellingen te scharen.”

“De uitdaging ligt niet bij nieuwbouw maar wel om bestaande gebouwen af te koppelen van fossiele brandstoffen”, besluit Eva Hoos. “Hiervoor ondersteunt de EU verschillende proefprojecten in zeer diverse omstandigheden (type woning, klimaat, energiebron), en dit in nauwe samenwerking met beroepsfederaties, de industrie en lokale overheden. Iedere Europeaan heeft recht op een gezonde en duurzame toekomst.”

Door Rudy Gunst

www.ehpa.org

Foto’s: EHPA

“We moeten klein denken om grote resultaten te halen.”

Bob D’Haeseleer (schepen in Eeklo)