07/05/2020

Voor elke toepassing de juiste oplossing

Er was een tijd… dat het bij fabrikanten en distributeurs windstil was een maand voor en na Batibouw. Alle krachten werden geconcentreerd op de hoogmis van de Belgische bouwmarkt. Er was een tijd, want vandaag wordt er weer het jaar rond ingezet op informatiedeling en productpresentaties. Batibouw trekt niet meer alle aandacht. Zo schoven we bij Daikin aan voor de Blue Days.

Tijdens de Daikin Blue Days in Gent, Leuven en Court-Saint-Etienne stonden de drie productgamma’s – residentieel, commercieel, industrieel – centraal. In dit verslag zullen we ons beperken tot de industriële sector, waarin Daikin dankzij R&D en acquisities een steeds prominentere rol speelt.

“Als fabrikant worden we door de Europese Unie gepusht om zowel de indirecte als de directe emissies van onze producten aan te pakken”, vertelt Kris Mertens, product coördinator bij Daikin. “Diverse reglementeringen spelen hierin mee, maar de meest gekende zijn ecodesign die minimale efficiëntie-eisen oplegt en de F-gas wetgeving legt de uitstoot van schadelijke gassen aan banden. Vandaag wordt zeer hard gefocust op de GWP van de koudemiddelen. Hoe hoger de GWP-waarde, hoe schadelijker het koudemiddel voor de aardopwarming. Maar al te gemakkelijk wordt voorbij gegaan aan het gegeven dat de indirecte emissies een veel zwaardere milieu-impact hebben dan de directe emissies. De TEWI-methode (Total Equivalent Warming Impact) houdt rekening met beide en is een betrouwbare parameter om een getal te zetten op de totale-impact van een koelinstallatie.”

Zo leert TEWI dat de totale milieu-impact van een kleine koelinstallatie (6kW bij -10°C) met het natuurlijke koudemiddel CO2 (GWP = 1) vergelijkbaar is met die van R410A (2.088), R445A (90) of R134a (1.430), maar de installatiekost ligt wel hoger. Bij grotere capaciteiten komen de voordelen van CO2 wel prominent in beeld.

Wat kiezen?

Bij de keuze van de technologie en het koudemiddel spelen nogal wat factoren een rol”, aldus Tom Callewaert, Refrigeration Sales Manager bij Daikin. “Waaraan hecht de eindgebruiker de meeste waarde: CapEx of OpEx? Meet hij zich een groen imago aan? Spelen GWP, TEWI of een ROI een rol? Bekijk ook zeker de specifieke toepassing met het aantal draaiuren en gevraagde temperaturen. Is er behoefte aan warmterecuperatie of voorkeur voor een centrale of decentrale installatie?”

Een van de grote troeven van Daikin in het industriële segment is de brede waaier aan oplossingen. Een greep uit het aanbod. Omkeerbare lucht/water warmtepomp op R32 met on/off scroll compressoren, 1 of 2 koelcircuits voor 70 tot 400 kW (fase 2 tot 670 kW). Lucht/water koelmachine met R1234ze met 1 of 2 koelcircuits voor 170 tot 1.500 kW (7/12°C) en “met het hoogste deellastrendement in de markt met Daikin inverter schroefcompressoren” vult Kris Mertens aan. Water/water chiller of warmtepomp op R1234ze met 1 of 2 koelcircuits voor 350 tot 1.500 kW, SEER tot 9,3 en dankzij het compacte design geschikt voor indoor installatie.

Tom Callewaert belichtte ook nog twee koelinstallaties op CO2. Eerst de standaard duplex rack met twee zuiggastemperaturen (MT en LT), tot 250 kW (MT + LT), RVS leidingwerk, Bitzer of Dorin compressoren en optioneel warmterecuperatie, Danfoss of Carel controls en IHX, EHX en MHX. Daarnaast de MTO rack voor koeloplossingen op maat met max zuiggastemperaturen, tot 750 kW (MT + LT), RVS leidingwerk, Bitzer of Dorin compressoren, Schneider of Danfoss inverters, Eliwell, Danfoss of Carel controls en warmterecuperatie. Op beide modellen is frequentiesturing mogelijk op elke eerste compressor van het circuit.

De presentatie werd afgesloten met specifieke cases en opvallende trends in de logistieke sector in België – gemiddeld grotere projecten met een totale volumestijging van 11% – die zich concentreert in vier regio’s, namelijk de as Antwerpen-Gent, de Waalse as (Bergen, Charleroi, Namen, Luik), de as Antwerpen-Brussel en de E313 (Kempen & Limburg).

Door Rudy Gunst

Voor elke toepassing de juiste oplossing

Er was een tijd… dat het bij fabrikanten en distributeurs windstil was een maand voor en na Batibouw. Alle krachten werden geconcentreerd op de hoogmis van de Belgische bouwmarkt. Er was een tijd, want vandaag wordt er weer het jaar rond ingezet op informatiedeling en productpresentaties. Batibouw trekt niet meer alle aandacht. Zo schoven we bij Daikin aan voor de Blue Days.

Tijdens de Daikin Blue Days in Gent, Leuven en Court-Saint-Etienne stonden de drie productgamma’s – residentieel, commercieel, industrieel – centraal. In dit verslag zullen we ons beperken tot de industriële sector, waarin Daikin dankzij R&D en acquisities een steeds prominentere rol speelt.

“Als fabrikant worden we door de Europese Unie gepusht om zowel de indirecte als de directe emissies van onze producten aan te pakken”, vertelt Kris Mertens, product coördinator bij Daikin. “Diverse reglementeringen spelen hierin mee, maar de meest gekende zijn ecodesign die minimale efficiëntie-eisen oplegt en de F-gas wetgeving legt de uitstoot van schadelijke gassen aan banden. Vandaag wordt zeer hard gefocust op de GWP van de koudemiddelen. Hoe hoger de GWP-waarde, hoe schadelijker het koudemiddel voor de aardopwarming. Maar al te gemakkelijk wordt voorbij gegaan aan het gegeven dat de indirecte emissies een veel zwaardere milieu-impact hebben dan de directe emissies. De TEWI-methode (Total Equivalent Warming Impact) houdt rekening met beide en is een betrouwbare parameter om een getal te zetten op de totale-impact van een koelinstallatie.”

Zo leert TEWI dat de totale milieu-impact van een kleine koelinstallatie (6kW bij -10°C) met het natuurlijke koudemiddel CO2 (GWP = 1) vergelijkbaar is met die van R410A (2.088), R445A (90) of R134a (1.430), maar de installatiekost ligt wel hoger. Bij grotere capaciteiten komen de voordelen van CO2 wel prominent in beeld.

Wat kiezen?

Bij de keuze van de technologie en het koudemiddel spelen nogal wat factoren een rol”, aldus Tom Callewaert, Refrigeration Sales Manager bij Daikin. “Waaraan hecht de eindgebruiker de meeste waarde: CapEx of OpEx? Meet hij zich een groen imago aan? Spelen GWP, TEWI of een ROI een rol? Bekijk ook zeker de specifieke toepassing met het aantal draaiuren en gevraagde temperaturen. Is er behoefte aan warmterecuperatie of voorkeur voor een centrale of decentrale installatie?”

Een van de grote troeven van Daikin in het industriële segment is de brede waaier aan oplossingen. Een greep uit het aanbod. Omkeerbare lucht/water warmtepomp op R32 met on/off scroll compressoren, 1 of 2 koelcircuits voor 70 tot 400 kW (fase 2 tot 670 kW). Lucht/water koelmachine met R1234ze met 1 of 2 koelcircuits voor 170 tot 1.500 kW (7/12°C) en “met het hoogste deellastrendement in de markt met Daikin inverter schroefcompressoren” vult Kris Mertens aan. Water/water chiller of warmtepomp op R1234ze met 1 of 2 koelcircuits voor 350 tot 1.500 kW, SEER tot 9,3 en dankzij het compacte design geschikt voor indoor installatie.

Tom Callewaert belichtte ook nog twee koelinstallaties op CO2. Eerst de standaard duplex rack met twee zuiggastemperaturen (MT en LT), tot 250 kW (MT + LT), RVS leidingwerk, Bitzer of Dorin compressoren en optioneel warmterecuperatie, Danfoss of Carel controls en IHX, EHX en MHX. Daarnaast de MTO rack voor koeloplossingen op maat met max zuiggastemperaturen, tot 750 kW (MT + LT), RVS leidingwerk, Bitzer of Dorin compressoren, Schneider of Danfoss inverters, Eliwell, Danfoss of Carel controls en warmterecuperatie. Op beide modellen is frequentiesturing mogelijk op elke eerste compressor van het circuit.

De presentatie werd afgesloten met specifieke cases en opvallende trends in de logistieke sector in België – gemiddeld grotere projecten met een totale volumestijging van 11% – die zich concentreert in vier regio’s, namelijk de as Antwerpen-Gent, de Waalse as (Bergen, Charleroi, Namen, Luik), de as Antwerpen-Brussel en de E313 (Kempen & Limburg).

Door Rudy Gunst