15/09/2023

Warmtepompen – Met of zonder natuurlijk koudemiddel?

In een nog niet zo ver verleden werden warmtepompen toegejuicht als dé oplossing om de verwarmingsmarkt te decarboniseren. De oorlog in Oekraïne bracht de roep om los te koppelen van (Russisch) gas in een hogere versnelling. Met succes, want de verkoop van warmtepompen in de Europese Unie gaat hard. Dus mag je verwachten dat iedereen die het goed meent met de HVAC-sector hier gelukkig van wordt. Niet dus, want dit is buiten de – steeds luider roepende – lobby van de apostelen van natuurlijke koudemiddelen gerekend. Sinds natuurlijke koudemiddelen in commerciële koeling ondertussen zowat de norm zijn geworden en industriële koeling dezelfde weg opgaat, worden de pijlen nu gericht op de residentiële markt. Voor die lobby is een warmtepomp alleen maar een duurzame oplossing als er een natuurlijk koudemiddel wordt gebruikt. De warmtepompindustrie en vakorganisaties roepen op tot gezond verstand.

De Europese HVACR-sector kan vandaag maar één wens hebben: laat de nieuwe F-gaswetgeving zo snel mogelijk worden gestemd zodat het stof terug kan gaan liggen en alle betrokken partijen weten waar ze aan toe zijn. Maar wordt de deadline gehaald?

Komt de deadline voor de update F-gaswetgeving in gevaar?

Arno Kaschl, (DG CLIMA), somt de vele uitdagingen voor de Europese Unie op. “De herziening van de F-gaswetgeving maakt deel uit van de honingraat van maatregelen om de doelstellingen voor 2030 en 2050 te halen. REPowerEU vraagt ongeveer 30 miljoen nieuwe warmtepompen in de EU tegen 2030. Of anders gezegd, de fabrikanten staan voor de uitdaging om hun productiecapaciteit fors uit te breiden. Laten we deze kans aangrijpen om volop de kaart van duurzaamheid en energie-efficiëntie te trekken om future proof toestellen te ontwikkelen en produceren die zo weinig mogelijk impact hebben op het leefmilieu.”

Restrictievoorstel PFAS

Ondertussen steekt een andere discussie de kop op: PFAS. Denemarken, Zweden, Noorwegen, Duitsland en Nederland hebben samen een restrictievoorstel ingediend bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) om PFAS, met inbegrip van enkele HFK- en HFO-koelmiddelen, te verbieden. Als dit voorstel wordt aangenomen, is dit het belangrijkste verbod ooit in Europa met aanzienlijke gevolgen voor de koelings- en verwarmingsindustrie. In het restrictievoorstel wordt een uitzondering open gelaten voor specifieke productgroepen zoals koudemiddelen voor HVACR-apparatuur in gebouwen, waar nationale veiligheidsnormen en bouwvoorschriften het gebruik van alternatieven verbieden.

In het voorstel zullen sommige HFK’s (waaronder R134a en R125) samen met de lage GWP-alternatieven R1234yf, R1234ze(E) en R1233zd(E) worden opgenomen in een verbod krachtens de Europese REACH-regelgeving.

Momenteel loopt een openbare raadplegingsperiode, die door de stakeholders ongetwijfeld zal worden gebruikt om een langere overgangsperiode en meer vrijstellingen te bekomen. In tegenstelling tot wat op de kanalen van de adepten van de natuurlijke koudemiddelen valt te lezen, betreft het hier nog altijd ‘maar’ een voorstel en is dit absoluut nog geen Europees PFAS-verbod.

Boots on the ground

Terug naar de warmtepompen, waar niet iedereen warm loopt om zo snel mogelijk over te stappen op natuurlijke koudemiddelen. “De grootste bijdrage van onze industrie aan de Europese Green Deal bestaat erin verwarming en koeling op fossiele brandstoffen af te bouwen en over te schakelen op efficiënte warmtepompen”, vertelt Hilde Dhont (EHPA). “De EU moet snel miljoenen nieuwe warmtepompen installeren om haar klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen. Deze urgentie is nog groter geworden door de noodzaak om zo snel mogelijk onafhankelijk te worden van de invoer van fossiele brandstoffen. We mogen deze ambitie niet hypothekeren door nu een onbezonnen strijd te voeren tegen alle chemische koudemiddelen zonder hun positieve eigenschappen in beschouwing te nemen. Dat zou ons nog verder afleiden van onze klimaatdoelstellingen.”

Veerle Beelaerts, (EHI) roept op tot realiteitszin. “Uiteraard wil de industrie producten fabriceren die zo energiezuinig, duurzaam en milieuvriendelijk zijn, maar laten we dit stap na stap bereiken zonder gekke bokkesprongen te maken. De volledige keten moet de kans krijgen om zich hierop voor te bereiden. Vandaag staat de Europese industrie voor een investeringskost van 2 miljard euro, alleen al om de productielijnen van toestellen met fossiele brandstoffen om te vormen naar warmtepompen. Overhaast bijkomende aanpassingen met een stevig prijskaartje opleggen, brengt een belangrijke voorwaarde voor de decarbonisatie in gevaar: de financiële haalbaarheid. Iedereen die op het terrein staat, weet dat de kostprijs van een warmtepomp bij de particulier de grootste struikelblok vormt om volop de duurzame kaart te trekken. Willen we de warmtepomp nog duurder maken?”

En de installateur?

Wordt er wel rekening gehouden met de doorslaggevende rol van de installateur in het Europese decarboniseringsproces? Een van de groepen die voor de installateur opkomt, is de koepelorganisatie AREA, waar Frixis lid van is.

“AREA behartigt de belangen van 24 nationale verenigingen uit 21 landen die 13.000 bedrijven vertegenwoordigen”, legt voorzitter Coen van de Sande uit. “90% van die bedrijven zijn kmo’s met gemiddeld negen medewerkers. Ik geef een summier voorbeeld van wat de energietransitie op het terrein betekent voor een klein installatiebedrijf. Een gasketel wordt op een halve dag geplaatst door één werknemer. Voor een warmtepomp zijn er twee medewerkers gedurende twee dagen aan de slag.”

“Als daar nu ook nog eens de verplichting bovenop komt om warmtepompen met natuurlijke koudemiddelen te plaatsen, dan vragen we een overgangsperiode tot minstens begin 2028 om de installatiesector hierop voor te bereiden. Want dat impliceert toch enkele gevolgen voor onze bedrijven: opleiding en certificering van installateurs, ingenieurs en logistieke medewerkers, investeringen in gereedschap, uitrusting, opslag, transport en persoonlijke beschermingsmiddelen en het opstellen van veiligheidsprocedures, werkinstructies en risicobeoordelingen.”

Door Rudy Gunst

Warmtepompen – Met of zonder natuurlijk koudemiddel?

In een nog niet zo ver verleden werden warmtepompen toegejuicht als dé oplossing om de verwarmingsmarkt te decarboniseren. De oorlog in Oekraïne bracht de roep om los te koppelen van (Russisch) gas in een hogere versnelling. Met succes, want de verkoop van warmtepompen in de Europese Unie gaat hard. Dus mag je verwachten dat iedereen die het goed meent met de HVAC-sector hier gelukkig van wordt. Niet dus, want dit is buiten de – steeds luider roepende – lobby van de apostelen van natuurlijke koudemiddelen gerekend. Sinds natuurlijke koudemiddelen in commerciële koeling ondertussen zowat de norm zijn geworden en industriële koeling dezelfde weg opgaat, worden de pijlen nu gericht op de residentiële markt. Voor die lobby is een warmtepomp alleen maar een duurzame oplossing als er een natuurlijk koudemiddel wordt gebruikt. De warmtepompindustrie en vakorganisaties roepen op tot gezond verstand.

De Europese HVACR-sector kan vandaag maar één wens hebben: laat de nieuwe F-gaswetgeving zo snel mogelijk worden gestemd zodat het stof terug kan gaan liggen en alle betrokken partijen weten waar ze aan toe zijn. Maar wordt de deadline gehaald?

Komt de deadline voor de update F-gaswetgeving in gevaar?

Arno Kaschl, (DG CLIMA), somt de vele uitdagingen voor de Europese Unie op. “De herziening van de F-gaswetgeving maakt deel uit van de honingraat van maatregelen om de doelstellingen voor 2030 en 2050 te halen. REPowerEU vraagt ongeveer 30 miljoen nieuwe warmtepompen in de EU tegen 2030. Of anders gezegd, de fabrikanten staan voor de uitdaging om hun productiecapaciteit fors uit te breiden. Laten we deze kans aangrijpen om volop de kaart van duurzaamheid en energie-efficiëntie te trekken om future proof toestellen te ontwikkelen en produceren die zo weinig mogelijk impact hebben op het leefmilieu.”

Restrictievoorstel PFAS

Ondertussen steekt een andere discussie de kop op: PFAS. Denemarken, Zweden, Noorwegen, Duitsland en Nederland hebben samen een restrictievoorstel ingediend bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) om PFAS, met inbegrip van enkele HFK- en HFO-koelmiddelen, te verbieden. Als dit voorstel wordt aangenomen, is dit het belangrijkste verbod ooit in Europa met aanzienlijke gevolgen voor de koelings- en verwarmingsindustrie. In het restrictievoorstel wordt een uitzondering open gelaten voor specifieke productgroepen zoals koudemiddelen voor HVACR-apparatuur in gebouwen, waar nationale veiligheidsnormen en bouwvoorschriften het gebruik van alternatieven verbieden.

In het voorstel zullen sommige HFK’s (waaronder R134a en R125) samen met de lage GWP-alternatieven R1234yf, R1234ze(E) en R1233zd(E) worden opgenomen in een verbod krachtens de Europese REACH-regelgeving.

Momenteel loopt een openbare raadplegingsperiode, die door de stakeholders ongetwijfeld zal worden gebruikt om een langere overgangsperiode en meer vrijstellingen te bekomen. In tegenstelling tot wat op de kanalen van de adepten van de natuurlijke koudemiddelen valt te lezen, betreft het hier nog altijd ‘maar’ een voorstel en is dit absoluut nog geen Europees PFAS-verbod.

Boots on the ground

Terug naar de warmtepompen, waar niet iedereen warm loopt om zo snel mogelijk over te stappen op natuurlijke koudemiddelen. “De grootste bijdrage van onze industrie aan de Europese Green Deal bestaat erin verwarming en koeling op fossiele brandstoffen af te bouwen en over te schakelen op efficiënte warmtepompen”, vertelt Hilde Dhont (EHPA). “De EU moet snel miljoenen nieuwe warmtepompen installeren om haar klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen. Deze urgentie is nog groter geworden door de noodzaak om zo snel mogelijk onafhankelijk te worden van de invoer van fossiele brandstoffen. We mogen deze ambitie niet hypothekeren door nu een onbezonnen strijd te voeren tegen alle chemische koudemiddelen zonder hun positieve eigenschappen in beschouwing te nemen. Dat zou ons nog verder afleiden van onze klimaatdoelstellingen.”

Veerle Beelaerts, (EHI) roept op tot realiteitszin. “Uiteraard wil de industrie producten fabriceren die zo energiezuinig, duurzaam en milieuvriendelijk zijn, maar laten we dit stap na stap bereiken zonder gekke bokkesprongen te maken. De volledige keten moet de kans krijgen om zich hierop voor te bereiden. Vandaag staat de Europese industrie voor een investeringskost van 2 miljard euro, alleen al om de productielijnen van toestellen met fossiele brandstoffen om te vormen naar warmtepompen. Overhaast bijkomende aanpassingen met een stevig prijskaartje opleggen, brengt een belangrijke voorwaarde voor de decarbonisatie in gevaar: de financiële haalbaarheid. Iedereen die op het terrein staat, weet dat de kostprijs van een warmtepomp bij de particulier de grootste struikelblok vormt om volop de duurzame kaart te trekken. Willen we de warmtepomp nog duurder maken?”

En de installateur?

Wordt er wel rekening gehouden met de doorslaggevende rol van de installateur in het Europese decarboniseringsproces? Een van de groepen die voor de installateur opkomt, is de koepelorganisatie AREA, waar Frixis lid van is.

“AREA behartigt de belangen van 24 nationale verenigingen uit 21 landen die 13.000 bedrijven vertegenwoordigen”, legt voorzitter Coen van de Sande uit. “90% van die bedrijven zijn kmo’s met gemiddeld negen medewerkers. Ik geef een summier voorbeeld van wat de energietransitie op het terrein betekent voor een klein installatiebedrijf. Een gasketel wordt op een halve dag geplaatst door één werknemer. Voor een warmtepomp zijn er twee medewerkers gedurende twee dagen aan de slag.”

“Als daar nu ook nog eens de verplichting bovenop komt om warmtepompen met natuurlijke koudemiddelen te plaatsen, dan vragen we een overgangsperiode tot minstens begin 2028 om de installatiesector hierop voor te bereiden. Want dat impliceert toch enkele gevolgen voor onze bedrijven: opleiding en certificering van installateurs, ingenieurs en logistieke medewerkers, investeringen in gereedschap, uitrusting, opslag, transport en persoonlijke beschermingsmiddelen en het opstellen van veiligheidsprocedures, werkinstructies en risicobeoordelingen.”

Door Rudy Gunst